Functionalisme (architectuur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Functionalisme is een stroming in de architectuur die bepaalt dat de constructie en uiterlijk van een gebouw bepaald moet worden door haar functie. Het idee hierachter is dat de schoonheid van een gebouw gelegen is in haar functie. Functionalistische architectuur kenmerkt zich dan ook door soberheid en weinig ornamenten. Het is tegelijkertijd ook van toepassing geweest in het ontwerpen van Meubilair. Het functionalisme leidde tot felle debatten onder architecten en kende duidelijke voor- en tegenstanders.

De stroming had vooral navolging in de eerste helft van de 20e eeuw, met name in Duitsland, Nederland, Denemarken, Finland, Tsjecho-Slowakije en de Sovjet-Unie. Het idee achter het functionalisme zou echter al terug te voeren zijn op de Romeinse architect Vitruvius die in zijn ontwerpen een optimaal evenwicht tussen nut, stevigheid en genot nastreefde. Een belangrijk onderdeel van het functionalisme is de open plattegrond waarbij de muren niet dienen om de constructie te ondersteunen, wat de functionaliteit beperkt, maar alleen worden geplaatst om het gebouw optimaal in te delen. Een andere element was de vliesgevel.

De bedenker van deze stijl is Louis Sullivan. Hij bedacht reeds in 1898 het credo Vorm volgt (altijd) functie. Hij verwees hierbij naar voorbeelden uit de natuur, zoals bloemen, vogels en stromende beken die prachtig zijn om te zien maar tegelijkertijd volledig functioneel zijn. Andere opvattingen rond de functionalistische architectuur waren Het huis is een woonmachine van Le Corbusier en Ornament is een misdaad van Adolf Loos in 1908. Loos vond dat versieringen een middel waren om de middelmatigheid van een cultuur te verbloemen. Bovendien zorgde het ervoor dat gebouwen, meubilair en kleding uit de mode raakten en afgedankt werden. Versiering mocht volgens hem alleen gebruikt worden op voorwerpen die toch aan slijtage onderhevig waren maar op een gebouw zou het een belediging zijn. Zowel Sullivan als Loos waren niet volledig functionalistisch want ze gebruikten wel degelijk versieringen op hun gevels en gaven later beide aan dat anderen hun ideeën te letterlijk namen. Ludwig Mies van der Rohe heeft echt geprobeerd het functionalistisch ideaal na te leven. Hij stond bekend om zijn Huid en botten-ontwerpen waarmee de skeletbouw werd bedoeld. Hieruit is de functionalistische architectuur uit de jaren vijftig en zestig ontstaan.

Uit het functionalisme kwam de Internationale Stijl voort. Als tegenreactie volgde in de jaren zeventig het Postmodernisme waarbij verschillende bouwstijlen rijkelijk gecombineerd werden.

Belangrijke vertegenwoordigers[bewerken]

Looshaus in Wenen, ontworpen door Adolf Loos
Bellavista Klampenborg Denmark. Arne Jacobsen 1934.

Tegenstanders[bewerken]