Jacques Cuisinier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacques Cuisinier
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsinformatie
Nationaliteit Belg
Geboortedatum 12 september 1915
Geboorteplaats Elsene
Overlijdensdatum 29 februari 2000
Overlijdensplaats Brussel
Werken
Belangrijke gebouwen Internationaal Rogiercentrum
Brusilia
Karel de Grote-gebouw
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Jacques Cuisinier (Elsene, 12 september 1915 - Brussel, 29 februari 2000) was een Belgisch architect die met zijn modernistische gebouwen een grote stempel drukte op het Brusselse stadsbeeld.

Leven[bewerken]

Jacques Cuisinier studeerde af met uitmuntende cijfers aan de Hogeschool Sint-Lukas Brussel te Schaarbeek. Hij was een flamboyante persoon en raakte bevriend met invloedrijke figuren zoals politicus Paul Vanden Boeynants of vastgoedmagnaten Adolphe ("Ado") Blaton en "King Parking" Charly De Pauw.

Eind jaren 1950 brak de architect door toen hij het Internationaal Rogiercentrum ontwierp, beter bekend als de "Martinitoren". Het was een voorbeeld van zijn zuivere, functionalistische stijl naar het voorbeeld van Ludwig Mies van der Rohe, Walter Gropius, Le Corbusier, Oscar Niemeyer en Pier Luigi Nervi.[1] Als rechtgeaarde modernist bracht hij verschillende functies bijeen in het Rogiercentrum: winkels, kantoren, appartementen, horeca, een kapel, een theater...

In de jaren zestig tekende hij enkele grote residentiële projecten. In La Magnanerie ontwikkelde hij op de site van een voormalige rupskwekerij te Vorst een reusachtig wooncomplex.[2] De meer dan 400 woningen hadden oppervlakten die varieerden van heel klein tot heel ruim, in een bewuste poging om een sociale mix te creëren.

Op de plek van het afgebroken Sportpaleis van Schaarbeek ontwierp Cuisinier Brusilia. De naam verwees naar de stad die zijn inspirator Oscar Niemeyer had ontworpen, Brasilia. Met zijn 32 verdiepingen was het lange tijd de hoogste woontoren van het land. De voor Cuisinier zo typische curve was sterk aanwezig.

Vanaf eind jaren 70 moest Cuisinier zich met kleinere projecten tevreden stellen. Hij begon in financiële problemen te geraken en liep een veroordeling op wegens fraude (1985). Zijn bezittingen werden openbaar verkocht, waarbij aan het licht kwam dat hij zelf slachtoffer van oplichting was geweest. Zijn uitgebreide kunstcollectie, met werk van onder meer Daumier, Monet, Renoir, Degas, Matisse en Picasso, bleek te bestaan uit vervalsingen. Na deze episode kreeg Cuisinier hulp van zijn oude vriend Blaton. Het Méridienhotel aan het zogenaamde Europakruispunt was zijn laatste wapenfeit.

Werk[bewerken]

Brusilia in 2013

Dikwijls wordt ook Parking 58 aan Cuisinier toegeschreven, maar in werkelijkheid is dit een ontwerp van Pierre d'Haveloose.[6]

Waardering[bewerken]

Het werk van Cuisinier belichaamt de controversiële transformaties van het Brusselse stadsbeeld in de tweede helft van de 20e eeuw. Met zijn bevlogen modernisme wilde hij radicaal breken met het verleden. Het oude Noordstation moest wijken voor zijn Martinitoren, het Sportpaleis van Schaarbeek voor Brusilia. Wanneer zijn strakke, kale ontwerpstijl te veel weerstand opriep bij zijn opdrachtgevers of het grote publiek, kon Cuisinier zelfs in de jaren 50 al overschakelen op een postmodernistisch register (bv. voor de hotels Amigo en Le Méridien). Hij had un crayon souple, zoals hij zelf zei ("een soepel potlood"). Dan zocht hij net aansluiting bij het verleden, zodanig zelfs dat het eerder leek te vervallen in een pastiche.

Verder lezen[bewerken]

  • Jacques Cuisinier (1957), "Domaine de la Magnanerie à Forest. Résidence du Lac à Ixelles", Architecture, nr. 22, blz. 886
  • Paul-Alexander Crop (2007), Residentiële hoogbouw in Brussel van architect Jacques Cuisinier: een onderzoek naar drie 'landmarks' in zijn oeuvre (Scriptie VUB)