Johan van Veen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johan van Veen
Johan van Veen (1953)
Johan van Veen (1953)
Algemene informatie
Geboren Uithuizermeeden, 21 december 1893
Overleden Den Haag, 9 december 1959
Nationaliteit Nederlandse
Beroep waterstaatkundig ingenieur
Bekend van Deltaplan

Johan van Veen (Uithuizermeeden, 21 december 1893Den Haag, 9 december 1959) was een Nederlandse waterstaatkundig ingenieur. Hij wordt beschouwd als de 'vader van het Deltaplan'.

Opleiding[bewerken]

Johan van Veen werd geboren als vijfde in een boerengezin van zeven kinderen. Johan van Veen was de broer van Marie van Veen, getrouwd met kunstenaar Johan Dijkstra. Na de HBS ging hij in 1913 in Delft aan de Technische Hoogeschool van Delft civiele techniek studeren, waar hij in 1919 afstudeerde.

Provinciale Waterstaat[bewerken]

Na zijn afstuderen ging hij aan het werk bij het Ontwateringsbureau van de Provinciale Waterstaat van Drenthe. De taak van dat bureau was het ontwikkelen van plannen ter verbetering van de afwatering en de wegenstructuur in de provincie, teneinde de opbrengst van de landbouw te vergroten en de producten gemakkelijker te vervoeren. Omdat in de Eerste Wereldoorlog pijnlijk duidelijk was geworden hoe sterk Nederland voor zijn voedselvoorziening van het buitenland afhankelijk was, werd in het interbellum veel nadruk op landbouwproductie gelegd. Om plannen daartoe te kunnen maken bracht Van Veen samen met de in Wageningen afgestudeerde F.P. Mesu de begrenzing van stroomgebieden in kaart, verrichtte stroommetingen en voerde waterpassingen uit in de beekdalen en op de aangrenzende hogere gronden. Op basis daarvan werden aan de provincie voorstellen gedaan. De uitvoering werd in het kader van de werkverschaffing in handen gelegd van de Nederlandse Heide Maatschappij en de Grontmij.

Suriname[bewerken]

In 1926 verliet van Veen het Rivierenbureau. Van augustus 1926 tot oktober 1928 werkte hij bij de Surinaamse Bauxiet Maatschappij, een Amerikaans bedrijf, in Moengo, Suriname.

Rijkswaterstaat[bewerken]

Eind 1928 kwam hij terug naar Nederland, waarna hij eerst korte tijd bij de brandweer werkte. Toen het Paleis voor Volksvlijt afbrandde, hielp Van Veen mee blussen.

Op 1 juli 1929 begon hij aan een bijna dertig jaar durend dienstverband bij Rijkswaterstaat. Zijn eerste opdracht was het veiliger maken van het Zeeuwse Hellegat, waarvoor hij een leidam ontwierp. Vanaf 1933 werkte hij bij de in 1929 opgerichte Studiedienst van de Zeearmen, Benedenrivieren en Kusten. Hij bedacht een nieuwe methode om de getijden te berekenen, een verbetering van de formules van Hendrik Lorentz. Behalve een proefschrift en artikelen in De Ingenieur, schreef Van Veen 45 van de in totaal 68 rapporten die de Studiedienst in de jaren dertig uitbracht. Deze handelden over stromingen en zandtransport, over kustverdediging, rivierverbetering, verzilting en stormvloedverschijnselen.

Vanaf 1937 waarschuwde Van Veen in publicaties voor zijn werk, en in publicaties onder het pseudoniem ‘'dr. Cassandra'’ voor de te lage dijken in Zuidwest-Nederland. Vooral onder dit pseudoniem kon hij allerlei gedachten lanceren die politiek gezien nogal gevoelig lagen, zonder zelf in de problemen te komen.

Omdat studies in de jaren dertig aantoonden dat de dijken inderdaad veel te laag waren, werd in 1939 door Johan Ringers de Stormvloedcommissie ingesteld. In een voorlopig rapport uit 1940 rapporteerde deze commissie dat de dijken inderdaad te laag waren. Omdat dijkverhoging op veel plaatsen niet mogelijk was, werd door Van Veen en de Studiedienst gewerkt aan plannen om enkele Zuid-Hollandse eilanden door dammen met elkaar te verbinden.

In 1946 concludeerde de Stormvloedcommissie – waarin Van Veen inmiddels als secretaris zat – dat alle dijken in Zuidwest-Nederland te laag waren. In 1950 werd daarom eindelijk begonnen met de afdichting van de Brielse Maas. Begin december 1952 vroeg Jacob Algera, minister van Waterstaat (1952-1958), de Studiedienst onderzoek te doen naar de afsluiting van de zeearmen tussen Walcheren en Voorne. Het rapport De afsluitingsplannen der Tussenwateren verscheen eind januari 1953. Enkele dagen later, op 1 februari 1953, kwam de watersnood, die gedeelten van Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant onder water zette, en elders voor uiterst kritieke situaties zorgde.

Na de watersnood van 1953 werd uiteindelijk Van Veens plan uitgevoerd. Alle eilanden werden met elkaar verbonden (de Deltawerken), alleen de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde bleven open.

Verlandingsplan[bewerken]

In 1942 maakte Van Veen een ambitieus plan bekend, bekend als het "Verlandingsplan", om de gehele kustlijn van Zeeuws-Vlaanderen tot Vlieland weer gesloten te maken, zoals tot het jaar 800 de feitelijke situatie was geweest. Dit proces moest op geheel natuurlijke wijze plaatsvinden, door verzanding. Van Veen verwachtte dat dit alles bij elkaar ca. twee eeuwen zou duren. Hij kreeg hiermee echter weinig voet aan de grond. In december 1946 presenteerde hij zijn plan opnieuw, op de dag dat de Nederlandse Vereniging voor Landaanwinning werd opgericht. Uiteindelijk zijn bepaalde elementen hiervan gerealiseerd in de vorm van het Deltaplan.

Privé[bewerken]

Van Veen trouwde op 5 mei 1927 tijdens zijn verblijf in Suriname. Hij kreeg drie kinderen, maar zijn huwelijk was slecht.

Hoewel Johan van Veen uit een Hervormde familie kwam, waarvan nog steeds de familiebank in de kerk van Uithuizermeeden staat, bekeerde hij zich later tot de Christian Science kerk, in navolging van zijn zus Anna die in de VS in contact was gekomen met Christian Science. Van Veen ging geloven dat de mens het land weer moest vormgeven zoals God dat ooit had bedoeld.

Van Veen kreeg tijdens zijn leven vier hartaanvallen. De eerste was in 1937, en later een zwaar infarct in 1948, nadat zijn Vier-eilandenplan van 1947 was afgewezen, 1957 na echtscheiding en de vierde werd hem fataal. Hij zat toen net in de trein, onderweg naar een vergadering over de nieuw aan te leggen Eemshaven waarvoor hij was uitgenodigd.

Varia[bewerken]

Johan van Veen kan ook worden gezien als de grondlegger van de Eemshaven, die in de achtertuin van zijn geboorteplaats is aangelegd.

Het personage Joost van Ven in de debuutroman 1953 van Rik Launspach, verschenen in 2009 en datzelfde jaar verfilmd als De Storm, is geïnspireerd op Johan van Veen.

Onderscheidingen[bewerken]

  • 1936 Gouden onderscheiding Bataafs Genootschap voor proefschrift "Onderzoekingen in de Hoofden",
  • 1950 Koninklijke onderscheiding in de Orde van Oranje Nassau,
  • 1954 Koninklijke onderscheiding Ridder 1ste klasse in de Orde van St.Olaf van Noorwegen,
  • 1956 Erelid Utrechts studentencorps,
  • 1958 Koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Naar aanleiding van het 175-jarig bestaan van de TU Delft werd Van Veen opgenomen in de Alumni Walk of Fame.[1]

Externe links[bewerken]