Louis Wijsenbeek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Louis Jacob Florus Wijsenbeek (Rotterdam, 21 april 1912München, 17 mei 1985) was een Nederlands kunsthistoricus en directeur van het Haags Gemeentemuseum.

Biografie[bewerken]

Wijsenbeek was de oudste zoon van de eerste Joodse notaris in Rotterdam. Aanvankelijk studeerde hij rechten aan de Universiteit van Leiden met als bedoeling de praktijk van zijn vader over te nemen. Hij volgde echter zijn passie voor kunst en promoveerde in de kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht.

Zijn museale carrière begon voor de Tweede Wereldoorlog bij het Haags Gemeentemuseum. Na de oorlog was hij directeur van het Delftse Prinsenhof en daarna, vanaf 1951 tot 1974, van het Haags Gemeentemuseum.

In de oorlog, nadat hij door de bezetter ontslagen was als conservator, gaf hij als vrijwilliger les aan het Joods Lyceum, waar kinderen les volgden die uit hun oorspronkelijke school waren verwijderd. Hij heeft er wellicht Anne en Margot Frank gekend, die een tijd aan deze school les volgden.

In 1943 werd hij door de Duitsers geïnterneerd in achtereenvolgens de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel) en kamp Westerbork. Wijsenbeek is waarschijnlijk gearresteerd door toedoen van Friedrich Weinreb, althans zo blijkt uit het onderzoeksrapport over de affaire-Weinreb opgesteld door het NIOD.

In 1947 werd hij directeur van het Prinsenhof in Delft. In 1951 werd hij directeur van het Gemeentelijk Museum in Den Haag en bleef dit twintig jaar.

Als directeur van het Haags Gemeentemuseum zorgde Wijsenbeek ervoor dat de verzamelaar Sal Slijper zijn collectie Mondriaanschilderijen naliet aan het museum. Deze schilderijen vormen de kern van de wereldberoemde Haagse Mondriaancollectie.

Monuments Man[bewerken]

Aan deportatie naar een vernietigingskamp ontsnapt, werd Wijsenbeek na de Bevrijding gerekruteerd door het pas opgerichte Nederlands Kunstbezit, de organisatie binnen het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, dat zich inzette voor het terugvinden van de door de nazi's geroofde kunstgoederen. Eerst werkte hij op het hoofdkwartier van de stichting in Amsterdam, maar weldra werd hij als Nederlands expert een van de Monuments Men.

Voor de volgende twee jaar werkte hij aan het identificeren van Nederlandse kunstwerken, archieven en andere culturele objecten die zich in de verschillende opslagplaatsen in Duitsland en Oostenrijk bevonden. Hij leidde heel wat ondervragingen van individuen die over de bergplaatsen konden informeren, onder meer Rose Bauer, secretaresse van de belangrijke nazi en kunsthandelaar dr. Kajetan Mühlmann.

Hij beëindigde deze activiteit in september 1947 en keerde toen naar de museumdirectie terug.

Publicaties[bewerken]

  • (samen met J.J.P. Oud) Mondriaan, Standaard, 1962.
  • Mij spreekt de blomme een tale. Een briefwisseling over de betekenis van bloem en plant met dr. Anne Berendsen, Anton van Duinkerken, dr. A. Schierbeek, prof.dr.ir. J.T.P. Bijhouwer, A.D. Hosman en Emilie van Waalre, Delft, W. Gaade, 1952.
  • (samen met Erkelens, A.M. Louise E.) Oud Delft, een serie historische publicaties over Delft en Delvenaren. I. Delfts zilver. De wandtapijtkunst te Delft. Nijgh en van Ditmar, Rotterdam, Den Haag.
  • (samen met W. A. L. Beeren) Groninger grafiek. Vernieuwing in de jaren 20, Den Haag, Haags Gemeentemuseum, 1960.

Externe link[bewerken]